Het project House of Hope is een omvangrijke professionele vrijwilligersorganisatie, die met veel sociale en maatschappelijke activiteiten haar plaats heeft verworven in Rotterdam-Zuid. Het project is daar zó succesvol geworden, dat er zelfs dependances zijn gestart in Katendrecht en de Beverwaard, twee andere wijken van Rotterdam.
House of Hope wil een plek zijn waar wijkbewoners zich helemaal thuis kunnen voelen. Ze werkt vanuit een christelijke identiteit die haar motiveert en inspireert, zonder op enige wijze het geloof aan anderen op te dringen. Een mooi voorbeeld van hoe je als christenen actief aanwezig kunt zijn in je wijk en daar daadwerkelijk iets kunt betekenen. De moeite waard dus om af te reizen naar Rotterdam om daar een kijkje te nemen!
Als u na het lezen van dit verhaal nog meer wilt lezen of horen over dit project, bekijk dan: de website: www.houseofhope.nl of de radioreportage "Verhuizen met een missie": http://www.hollanddoc.nl/programmas/39337374/afleveringen/39338813/items/39392379.
Wilt u zelf met zo'n project aan de slag, bekijk dan het jaarverslag 2009 of het organogram.
Start
Cor en Elsbeth Hubach maken tijd vrij om met ons te spreken. Ze vertellen hoe dit project is ontstaan. Oorspronkelijk was er helemaal niets. De familie Hubach woonde in Haren, een welgesteld dorp in Groningen. Zij zochten al een tijdje naar een manier om meer handen en voeten te geven aan hun geloof, maar hadden dé manier nog niet gevonden.
In dezelfde tijd werd in Rotterdam vanuit de ICF (International Christian Fellowship) de wens geuit om meer diaconaal bezig te zijn in de wijk. Na een gesprek met de wethouder, een gedreven christen, werd een eerste start gemaakt met het project House of Hope, nadat Cor en Elsbeth Hubach via-via bij de plannen waren betrokken. Zij zijn verhuisd naar Oud Charlois op Rotterdam-Zuid, om in de Tarwewijk een start te maken met House of Hope.
Succesfactor: een gedreven echtpaar dat hun hele leven in dienst wil stellen van deze missie!
Succesfactor: een kerk die in gesprek is met politici over behoeften in de samenleving.
Succesfactor: een wethouder, die ook een gedreven christen is!
Pionieren
Het begin was echt pionieren: aanbellen bij de mensen in de wijk om contact te maken. Dit lukte gemakkelijker bij buitenlanders dan bij allochtone Nederlandse, zo bleek. Ook bleek er ontzettend veel problematiek schuil te gaan achter al die voordeuren.
Problematiek waar House of Hope werkelijk iets in zou kunnen betekenen, variërend van eenzaamheid, opvoedingsproblemen, schuldenproblematiek, etc.etc. Al snel werden meer vrijwilligers bij het project betrokken. Via mond-op-mond-reclame ontstond er animo voor dit project, met name vanuit kerken. Aan vrijwilligers is sinds die tijd geen gebrek meer geweest!
Succesfactor: vrijwilligers vanuit kerken, ‘geworven’ via mond-op-mond reclame!
Succesfactor: de bestaande problematiek bij veel allochtone ‘medelanders’ en de directe pionierende aanpak! In deze wijk klopte de aanpak met de doelgroep; in een Vinex-wijk zou wellicht een andere aanpak nodig zijn.
Succesfactor: een relatiegerichte benadering, werken vanuit het hart, investeren in vertrouwen en vriendschappen.
De basis werd gevormd door ontmoetingsactiviteiten, waardoor mensen soms voor het eerst in een netwerk kwamen, een daginvulling vonden en waardoor vertrouwen ontstond. Binnen ontmoeting ervaren mensen een soort familiegevoel, wat openheid geeft om je persoonlijke omstandigheden te bespreken. Door de ontmoetingsactiviteiten is de drempel lager om aan te kloppen bij hulp, en houden mensen het langer vol als moeilijke omstandigheden lang voortduren.
Succesfactor: de wisselwerking tussen ontmoeting en ondersteuning, waardoor meer ingangen in de wijk ontstaan.
Missie
De missie van House of Hope omschrijven Cor en Elsbeth kortweg als: “Als Jezus in de wereld zijn.” Ze willen met dit initiatief daadwerkelijk de houding aannemen in de wijk, die Jezus ook had. Dit is een deel van de ‘succesformule’. Niet zozeer de verbinding met het evangelie, die in veel gevallen slechts impliciet wordt gelegd. Maar wel de houding en de methodiek die wordt gebruikt: anders dan in de reguliere hulpverlening kenmerkt het optreden van House of Hope-vrijwilligers zich door relatievorming, ‘netwerken met de zwakken’, betrokkenheid en tijd, kortweg: presentie. House of Hope biedt een vangnet voor al die hulpvragers die vastlopen in de bureaucratie en de kilte van de reguliere hulpverlening, of voor wie de drempel daar naartoe simpelweg te hoog is.
Door deze open benadering komt House of Hope ook in contact met ‘zorgmijders’: mensen die hulp nodig hebben, maar niet in beeld zijn bij de professionele hulpverlening. In sommige gevallen raakt House of Hope deze mensen ook weer kwijt, bijvoorbeeld bij psychiatrische problemen, maar de medewerkers gaan een extra mijl om de verbinding met moeilijke doelgroepen te onderhouden.
Succesfactor: presentie als methodische aanpak!
Succesfactor: bereidheid om een tweede mijl met mensen te gaan.
House of Life
Vanuit deze vormen van hulpverlening ontstond de wens naar meer pastorale begeleiding, met een explicieter christelijk karakter. Dit werk is inmiddels opgestart onder het label ‘House of Life’, een losse poot van House of Hope. Voor de financiering is het nodig om dit strikt te scheiden van de meer algemene sociaal-maatschappelijke activiteiten.
Organisatie
Uit de manier waarop dit is opgezet, blijkt dat goed is nagedacht over de organisatie en de financiering van het project. Er zijn enkele betaalde krachten met een hulpverlenersopleiding, die leiding en structuur bieden aan de vrijwilligers. Daarnaast heeft Cor het voordeel dat hij op dit vlak in zijn baan expertise heeft ontwikkeld. Hij spreekt de juiste taal en weet ‘hoe de hazen lopen’. Onder andere daardoor weet hij op een succesvolle manier fondsen te werven voor dit project.
Succesfactor: een professionele organisatie met enkele betaalde krachten die leiding geven aan de vrijwilligers!
Succesfactor: een leidinggevende met ontwikkelde capaciteit en expertise op het vlak van organisatie en fondswerving.
Professionaliteit
De stichting House of Hope kenmerkt zich door een professionele manier van werken. Maar wat is ‘professioneel’ eigenlijk? Dit is anders dan de manier waarop in professionele hulpverleningsorganisaties cliënten worden benaderd. Bij House of Hope wordt niet gewerkt vanuit een eigen agenda, vanuit targets en een beperkte tijd per cliënt. De professionaliteit van House of Hope kenmerkt zich door nabijheid en relatiegericht werken, waarbij tegelijk geprobeerd wordt om recht te doen aan de cliënt en bewust om te gaan met de afhankelijke positie waarin hij/zij verkeert.
Vanuit dit opzicht is het niet toegestaan om zelf het initiatief te nemen bij het spreken over de bijbel of te bidden. Tegelijk wordt er wel regelmatig met mensen gebeden, maar dat gebeurt alleen wanneer er vanuit de cliënt een duidelijke aanleiding voor is en gevraagd wordt of daar geen bezwaar tegen is. Opmerkelijk is dat veel allochtone wijkbewoners het als heel natuurlijk ervaren om op deze manier een religieus aspect erbij te betrekken.
Succesfactor: een cliëntbenadering, die anders professioneel is: nabijheid, versterkend, zonder afbreuk te doen aan de persoonlijke keuzevrijheid van de cliënt.
Succesfactor: een goede balans tussen afstand en nabijheid, en een goede balans tussen christelijke gedrevenheid en betrokkenheid bij religieuze aspecten die meespelen.
Wmo
Het werk dat House of Hope doet, ligt veelal op het terrein van de Wmo. Dit komt volgens Cor Hubach in Rotterdam slecht uit de verf. Het meeste geld is besteed aan het opzetten van zgn. Wmo-loketten. De kerken zijn nog weinig in beeld, terwijl vanuit kerken juist heel veel wordt gedaan aan bv. de versterking van de sociale cohesie door het creëren van ontmoeting en vertrouwen. Het vergt heel veel verantwoording van wat je doet en veel lobbyen om in aanmerking te komen voor Wmo-gelden.
Faalfactoren
Wat zouden factoren kunnen zijn waardoor dit project het moeilijk zou kunnen krijgen? Cor en Elsbeth noemen de volgende factoren:
(1) Verandering in het politieke klimaat: ze hopen dat de overheid op den duur over de brug zal komen met een grotere structurele financiële bijdrage, maar een veranderd politiek klimaat kan hierin mee- of tegenwerken.
Faalfactor: veranderend, religie-onvriendelijk politiek klimaat.
(2) Het is zaak om actief je netwerk te onderhouden en op te bouwen. Hiervoor is weinig tijd, maar het is heel belangrijk voor een goede samenwerking met andere partners en fondsverstrekkers.
Faalfactor: weinig tijd voor het onderhouden van je netwerk.
(3) Ook is het lastig om continuering van het project te borgen. Nu ligt een groot deel van de organisatie in handen van Cor en Elsbeth. Als zij zich daaruit terugtrekken loopt het project gevaar te stagneren, bv. in fondsverwerving, werving en coaching van vrijwilligers en in de dagelijkse organisatie van het project.
Faalfactor: de expertise en organisatie blijft teveel in handen van één
persoon, er wordt te weinig geïnvesteerd in het opleiding van nieuw talent.
(4) Een bemoeilijkende factor van heel andere aard is de mogelijkheid dat het project verwatert tot liefdadigheidswerk. Wanneer de ‘verticale dimensie’ eruit verdwijnt, wordt het een neutrale, horizontale organisatie waar het ‘hart’ uit verdwijnt. Om dit te voorkomen wordt er actief ingezet op geestelijke toerusting van de medewerkers en de vrijwilligers in de vorm van bv dagopeningen etc.
Faalfactor: verlies van (religieuze) identiteit. 
Met hartelijk dank voor de openheid van Cor en Elsbeth, waardoor we een mooie inkijk in dit project mochten krijgen!