Met dit interview starten we hier een serie, waarin beleidsmakers aan het woord zullen komen over de thema’s ‘kerk’ en ‘Wmo’. We hopen hier enthousiaste, maar ook kritische geluiden te kunnen laten horen vanuit overheid en politiek.
Als eerste in deze serie: Dikkie van Gijssel-van der Vegt, gemeenteraadslid voor de ChristenUnie in de gemeente Zwolle. Dikkie van Gijssel heeft onder andere de Wmo in haar portefeuille, en vanuit die positie maakt ze zich sterk voor de rol en de plaats van de vrijwilliger en de kerken. Ze zegt hierover: “Beiden doen heel belangrijk werk in de samenleving, daar vraag ik regelmatig aandacht voor.” Reden genoeg dus, om eens met Dikkie van Gijssel te gaan praten.
Dikkie schetst de geschiedenis van de betrokkenheid van kerken bij de Wmo. Dat is moeizaam gegaan. De ChristenUnie was er al langer mee bezig om kerken te betrekken bij maatschappelijke thema’s als armoede en vrijwilligerswerk. Maar toen de Wmo werd gepresenteerd, stuitte men op veel weerstand en kwam er weinig initiatief uit de kerken zelf. Nu, enkele jaren later, is er een Diaconaal Platform opgericht en komen er langzamerhand nieuwe thema’s in beeld. De kerken zijn nu bijvoorbeeld ook betrokken bij de Voedselbank.
Het Zwols raadslid is echter wel kritisch op de manier waarop kerken betrokken zijn bij de rest van de samenleving. Volgens haar valt daar nog een flinke slag te maken. Kerken zullen visie moeten ontwikkelen op kerk-zijn in de lokale samenleving. Hieromtrent bestaat nog (te)veel verlegenheid!
Maar is het niet mogelijk dat kerken maatschappelijke instanties of de overheid voor de voeten gaan lopen? Hier kan Dikkie zich weinig bij voorstellen: ‘Dat is nog nooit voorgekomen’, zegt ze stellig. Eerder is het zo dat kerken zich terugtrekken uit projecten en mensen gemakkelijk weer loslaten en uit het oog verliezen als het project is afgelopen.
Kijken uw seculiere collega-politici hier ook zo tegenaan, of staan zij gereserveerder tegenover religieuze organisaties? Dikkie: “Er is zeker een verschil tussen mij en mijn collega’s op dit vlak!” Ze noemt enkele voorbeelden van christelijke organisaties die hebben meegedongen naar subsidies, maar zijn afgewezen vanwege hun niet-neutrale identiteit en werkwijze.
Moet dat een reden zijn voor kerken om zich terug te trekken uit het maatschappelijke veld? Zouden ze zich dan niet alleen op hun eigen leden moeten richten? Dikkie is hier fel tegen gekant: “Dat is wel de verwachting vanuit de overheid, met name vanuit de seculiere partijen. Ze hebben slecht in beeld welke bijdrage kerken zouden kunnen leveren.” Maar kerken staan hier wel anders in dan religieuze organisaties als Youth for Christ of het Scharlaken Koord. Kerken worden sterker gekenmerkt door een stuk (financiële) onafhankelijkheid. Ze willen zelf kunnen bepalen hoe en of ze meedoen en zijn minder afhankelijk van subsidies. Dat maakt het voor kerken gemakkelijker om hun eigen rol te spelen in de samenleving.
Kerken zouden juist veel meer kunnen betekenen voor hun buurt. Dikkie noemt de VEZ (Vrije Evangelisatie Zwolle), die open huis houdt en buurtgesprekken organiseert. Juist in buurten waar mensen elkaar onderling wantrouwt en niet meer weet hoe ze elkaar moeten groeten, zouden kerken iets kunnen betekenen. Maar Dikkie concludeert wel: ook vanuit kerken moet openheid worden geleerd! Dit is een proces waar je samen instapt, en waarin kerken nog niet vooroplopen.
Gevraagd naar een bijbelse motivatie om hiermee aan de slag te gaan, verwijst het lid van de ChristenUniefractie naar de bekende tekst van Micha 6:8: “Als christenen heb je de plicht om recht en gerechtigheid toe te passen. Dat is ook mijn persoonlijke motivatie om in de politiek bezig te zijn. Je moet het evangelie in de praktijk brengen en praktisch toepassen!” Kerken moeten hierop aangesproken worden!
Ondanks deze kritiek, houdt Dikkie een grote droom voor kerken: “Mijn droom is dat alle inwoners van elke straat in Zwolle weten wat de kerk voor hen kan betekenen!”




